Afbeelding

post republiek 1890

Post Republiek 1890

De plantage van de elite

Plantage Mijnhoop/Valkenburg in Suriname, is in 1700 ingericht in het Boven Para district, thans ressort zuid van het district Para. Anno 2024 wordt deze plantage steevast Republiek genoemd door zowel nazaten als de Surinaamse gemeenschap.

De reden waarom de naam Mijnhoop/Valkenburg is gewist uit het collectief geheugen van nazaten en andere Surinamers is toe te schrijven aan de invloed van de dominante Nederlandse cultuur die bepalend is geweest voor de koloniale geschiedenis van deze plantage. Deze culturele overheersing hield 275 jaar (1700-1975) stand en heeft daardoor een blijvende impact op het leven en het gedrag van de plantagebewoners. Dit mag niet worden onderschat, maar moet juist worden bestudeerd. Dit artikel is bedoeld als aanzet hiertoe.

republiek kaart
Kaart van Republiek

In de volksmond werd de plantage Mijnhoop/Valkenburg vroeger als ‘elite’ bestempeld, omdat het eeuwenlang uitsluitend toegankelijk was voor militairen en politieambtenaren. Vanaf 1735 werd namelijk een grote militaire kazerne ‘Post Republiek’ opgezet op het meest strategisch deel van het plantagegebied langs de Coropinakreek.

Met een capaciteit van 100 man concentreerde het woongebied zich vanaf dat moment uitsluitend rond Post Republiek. Het achterland van de plantage bleef onbewoond, omdat het kennelijk ook werd beschouwd als militair terrein en dus niemand anders werd toegelaten. Deze militaire aanpak veroorzaakte daarom ook een stricte fysieke en geestelijk scheiding tussen Mijnhoop/Valkenburg en de omliggende plantages La Liberté, De Vierkinderen, La Prosperité, De Waakzaamheid, Indigoveld, Gloria en Zonderzorg.

Ondanks de militairen werden vervangen door politie ambtenaren in 1884 is deze situatie in stand gehouden en bovendien voortgezet na de vestiging van twee staatsbedrijven, De Koloniale Spoorwegen in 1903 en De Surinaamse Waterleiding Maatschappij, SWM in 1930. Hieronder wordt de impact, de doorwerking van deze fysieke- en geestelijke scheiding beschreven op basis van de sociologisch-culturele kenmerken acculturatie en etnocentrisme.

Acculturatie

De strakke militaire- en politie discipline bepalen de mate van sociaal kontakt tussen de Nederlandse bewoners van Mijnhoop/Valkenburg en bewoners van omliggende plantages. Plantage Mijnhoop/Valkenburg was in de periode van overheersing door de gewapende machten niet toegankelijk voor burgers.

Hoewel de Nederlandse militaire- en politie ambtenaren niet permanent verbleven op de plantage, was er wel sprake van assimilatie met de plaatselijke bewoners, hetgeen tot uiting komt in:   

  1. Het feit dat enkele mannelijke plantagebewoners functies vervulden in de burgerwacht van het Para gebied met als hoofdtaak de beveiliging van de plantages gelegen in het Boven Para district. Deze vooruitgeschoven plantagebewoners hadden dus wel toegang tot de militaire- en politie kazerne op Post Republiek. Hoewel klein in aantal, mag ervan worden uitgegaan dat er wel sprake was van wederzijdse beinvloeding van de Nederlandse en Surinaamse cultuur. Plaatselijke bewoners leerden bijvoorbeeld Nederlandse militaire gewoonten, zoals gevechtstechnieken en hantering van gevechtswapens. Op 5 september 1893 werden de korporaals S. Cairo en P. Parum benoemd tot deel van de gewapende burgermacht van het Boven Para gebied (255 jaar plantage De Waakzaamheid,2023). Uitgaande van hun rangen, hebben ze enige jaren ervoor reeds gediend in deze militaire functie.
  2. Daarnaast werden verschillende mannelijke plantagebewoners als buitengewoon agent van politie benoemd na de afschaffing van de slavernij in 1863. De eerste vermelding is van Johannis Leijpzig die in 1870 wordt benoemd en vervult deze rol tot 1881. Hierna dienen achtereenvolgens de heren Jan Pengel (1876), Rinaldo Ceder (intrekking in 1879), Johan Pengel (intrekking in 1879), Albert Ceder (1879), Joahnnis Vyent en Andreas Pique (1879), Dorus Cairo (1881-1892), Martijn Pocorni (1879 en 1882) en Hendrik Adolf Cairo (1894-1902) in deze functie. Deze positie was gezaghebbend en heeft ondermeer beinvloedt dat deze functionarissen als kopers van hun respectievelijke plantages hebben opgetreden (255 jaar plantage De Waakzaamheid,2023).
  3. Enerzijds gebruiken de Nederlandse militairen de kennis en vaardigheden van deze slaafgemaakte bewoners voor het uitzetten van de militaire patrouilles tegen de marrons in de periode 1735-1863.
  4. Daarnaast worden lokale groenten, fruit en aardvruchten toegevoegd aan de  dagelijkse voeding van de Nederlanders, alsook de bereidingswijzen.
  5. Ook het wassen, drinken en eten uit de kreek , het toepassen van natuurlijke geneeswijzen, bijvoorbeeld de natuurlijke kruiden die als theesoorten en geneesmiddellen werden gebruikt.
  6. De taaluitwisseling vormt onderdeel van deze beinvloeding, waarbij enerzijds slaafgemaakten het Sranan overdroegen en anderzijds de Nederlandse taal leerden.
  7. Hoewel de Nederlanders weinig contact onderhielden met slaafgemaakte burgers, is het niet ondenkbaar dat enkele jonge militairen ook sexueel kontakt hadden met slaafgemaakten. Hierover is bekend dat er wel sprake was van gezinsvorming. De ploegbaas van de Koloniale Spoorwegen, Weigle Herman was getrouwd met mevr. Jeanette Cairo geboren op Valkenburg en zij woonden met en hun drie kinderen (Heloise, Frederik en Hermine) rond 1921 op Post Republiek. Ook zijn moeder, Feldijk Emma maakte deel uit van het gezin (volkstelling 1921, www.nationaalarchief.sr).
  8. Vanaf de start van de SWM worden plaatselijke bewoners voor verschillende functies in de fabriek en op het veld aangetrokken. Hieronder een overzicht van het aantal plaatselijke bewoners in de periode 1933-1939. (10 jaar waterleidingbedrijf in Suriname, 1943)

Jaar

Fabriek

Veld

Totaal

       

1933

8

 

8

1934

10

12

22

1935

17

10

27

1936

20

13

33

1937

19

11

30

1938

31

23

54

1939

36

20

56

Anno 2024 kan worden vastgesteld dat het grootste deel van de SWM medewerkers te Post Republiek bestaat uit plaatstelijke bewoners (Ortwin Cairo,2024).

Etnocentrisme

In de geschiedenis van Mijnhoop/Valkenburg ontstonden ook situaties waarbij de wederzijdse be- of veroordeling van de Surinaamse- en de Nederlandse cultuur tot uiting kwam.

  1. Pas na twee eeuwen Nederlandse overheersing wordt in 1900 een arts aangesteld op Post Republiek, waarbij kosteloze medische zorg wordt verleend aan ruim tweeduizend bewoners van Mijnhoop/Valkenburg en tien omliggende plantages. Tevens wordt op post Republiek een apotheek ingericht waar medicatie gratis verkrijgbaar is op recept. Aangezien sommige plantages wel 20 kilometer verwijderd liggen van Post Republiek, kiezen de plantagebewones voor hun eigen traditionele geneesmiddelen. Traditionele genezers worden in de krant aangeduidt als illegale genezers en wordt opgeroepen tot het toepassen van gevangenisstraffen aan deze ‘overtreders’ (De Surinamer, 8 december 1904).
  2. Het negeren van adviezen van plaatselijke ervaringsdeskundigen die kennis hadden van geschikte Surinaamse houtsoorten voor de woningbouw en dwarsliggers voor de spoorbaan. Nederlandse leidinggevenden van de Koloniale
    Spoorwegen keurden in 1903 door plantagebewoners geleverde grote partij dwarsliggers af. Later bleek dat er reeds duizenden waren besteld in het moederland, Nederland (W.R. Menkman,1931/1932:377).
  3. Met verschillende Nederlandse leidinggevenden zijn er disputen ontstaan over slechte arbeidsomstandigheden, uitmondende in stakingen van zowel spoorwegarbeiders, als medewerkers van de Surinaamse Waterleiding Maatschappij.
  •  In 1903 lopen 90 delvers van de Koloniale Spoorwegen van het Pad van Wanica naar Paramaribo om bij de gouverneur te protesteren tegen het slechte loon van f.1,50 per dag voor het zware werk. Vervolgens publiceren zij hun brief hieromtrent aan de directeur van de Koloniale Spoorwegen in de krant (De nieuwe Surinaamsche courant, 12 november 1903 no. 1183). Er komt geen loonaanpassing, want het bedrijf adverteert in dezelfde krant een sollicitatieoproep voor delvers.
  • 1n 1932 protesteren 60 arbeiders van de Surinaamsche Waterleiding Maatschappij, waarbij ze loonaanpassing eisen van f.1,25 naar f.1,96 per dag. Als reactie hierop mobiliseert de SWM ondermeer werkers in de omliggende plantages Berlijn, Hanover en Onverwacht, alsook 40 Javaanse arbeiders. De SWM haalt bakzeil, want integendeel eisen deze werkers een loon van f.2,50 per dag en leggen kort hierna eveneens het werk neer (De banier van recht en waarheid, 21 december 1932 no,361).
  • Omstreeks 1933 protesteren plantage eigenaren van Mijnhoop/Valkenburg tegen de vermoedelijke onrechtmatige bezetting van hun grondgebied door de Surinaamsche Waterleiding Maatschappij. Wat zij kennelijk niet wisten is dat de SWM ruim 8ha. grond rond Post Republiek in eigendom kreeg van het gouvernement in juli 1932, voor het aanleggen van boorputten. Mogelijk voerde het bedrijf ook beheersdaden uit buiten de aan hen toegewezen gronden, want na het protest komen partijen overeen dat de SWM grondhuur zal betalen aan de plantage eigenaren (Surinaamsch nieuws- en advertentieblad 23 juli 1932).
  • In 1969 protesteren plantagejongeren tegen de dam die de SWM zonder overleg opzet rondom boorlocaties op hun plantagegebied in de omgeving van de luchthaven Zanderij, thans Johan Adolf Pengel Luchthaven. Hun eis voor schadevergoeding van f.35.000,- wordt niet betaald, ondanks bemiddeling door statenlid Ferdinand Pierau. De jongeren beweren in hun gepubliceerde brief in de krant dat de SWM enkele plantageleiders heeft omgekocht. (De vrije stem, 6 december 1969).
  • In 1972 publiceren plantagejongeren hun grieven tegen de SWM middels een open brief in de krant. Ondermeer stellen ze dat de SWM niets bijdraagt aan projecten gericht op gemeenschapsontwikkeling (De Vrije Stem, 1 december 1972). Anno 2024 is hierin verandering gekomen, want de SWM ondersteunde de herdenkingsactiviteiten in verband met de 140ste herdenking van de koopdag van plantage Mijnhoop/Valkenburg door deelsponsoring van het jubileumboek 140 jaar plantage Mijnhoop/Valkenburg 1884-2024, alsmede de verfraaiing van het plantagemonument (Ortwin Cairo,2024).

Conclusie

Mijnhoop/Valkenburg heeft anno 2024 de status van ‘Elite’ plantage niet meer, want de Nederlandse bewoners zijn verdwenen en de plantage is nu vrijelijk toegankelijk voor iedereen. Toch is de fysieke- en geestelijk scheiding nog in tact, want ‘Post Republiek’ bestaat anno 2024 nog steeds in het collectief geheugen van de nazaten. Hoewel gesteld kan worden dat de Surinaamsche Waterleiding Maatschappij (SWM) volledig is geassimileerd met de plaatselijke gemeenschap, want plantagebewoners werken daar in de meerderheid tot het managementniveau.

Maar de grootste impact van deze fysieke- en geestelijke scheiding op de cultuur en het gedrag van de plantagebewoners van Mijnhoop/Valkenburg, omliggende plantages en de Surinaamse gemeenschap is het feit dat ‘Republiek’ nog steeds steevast als plantagenaam wordt gehanteerd.

Hopelijk dat dit artikel ertoe bijdraagt dat dit veranderd.

Paramaribo, 4 mei 2024

Elviera L. Bruce-Sandie

Bronnen:

  • 255 jaar plantage De Waakzaamheid, Elviera L. Bruce-Sandie, 30 september 2023
  • De volkstelling 2021, www.nationaalarchief.sr, geraadpleegd 27 februari 2024
  • 10 jaar waterleidingbedrijf in suriname, N.V. Surinaamsche Waterleiding Maatschappij 2 februari 1932-1942, 1943
  • De Surinamer, 8 december 1904, www.delpher.nl , geraadpleegd 20 februari 2024
  • Nederland en Suriname, De West-Indische gids, dr. H.D. Benjamins e.a., veertiende deel, W.R. Menkman,1931/1932:377.
  • De nieuwe Surinaamsche courant, 12 november 1903 no. 1183, www.delpher.nl, geraadpleegd 19 februari 2024
  • De banier van recht en waarheid, 21 december 1932 no.361, www.delpher.nl, geraadpleegd 23 februari 2024.
  • Surinaamsch nieuws- en advertentieblad, 23 juli 1932, www.delpher.nl, geraadpleegd 12 maart 2024
  • De vrije stem, 6 december 1969, www.delpher.nl, geraadpleegd 10 januari 2024
  • De Vrije Stem, 1 december 1972, www.delpher.nl, geraadpleegd 10 januari 2024
  • Interview met Ortwin Cairo, 16 maart 2024